Home » Steentjes gooien
Steentjes gooien.
Tuinieren doe je met je hart, dat weet iedereen die van tuinieren houdt. Van jongs af aan ben ik al dol op het in de aarde wroeten, het zien ontstaan van de prachtigste bloemen en andere wonderlijkheden. Ik kan ook enorm genieten van de toegevoegde waarde die je tuin voor de omgeving heeft. Bijen en hommels die vrolijk van bloem naar bloem brommen, vogels die hun jongen veilig kunnen grootbrengen in de struikjes die je hebt geplant, dat soort dingen. Een tuin hoort, mijns inziens, dan ook een levend paradijsje te zijn. Lekker vol planten en vol leven. Het wordt een stralende plek voor jou en je medebewoners wat je creëert door vanuit je hart te zorgen voor het stukje aarde wat jij in je beheer gekregen hebt.
 
Prachtig natuurlijk, maar soms lukt dat even niet, want je hoofd vertelt je hele andere dingen; "Die struiken hadden allaaaang gesnoeid moeten zijn." "de brandnetels overwoekeren veel te veel van je mooie bloemetjes en moeten hoognodig uitgedund worden". Je ziet al dat werk en hebt er eigenlijk veel te weinig tijd voor. Niks doen heeft geen zin, dat maakt jouw enorme probleem wat je hoofd zo helder voor je heeft neergelegd alleen maar groter, dus besluit je op een middag om eens even flink aan te pakken. De kop ervoor en gaan. Leuk is dit natuurlijk niet. Je geniet niet, je buffelt door het werk heen met de hoop zo snel mogelijk, zoveel mogelijk klaar te krijgen. Zo gebeurde dit in een van mijn eerste eigen tuintjes bij het ouderlijk huis waar ik toen nog woonde. Het was een magisch plekje waar ik veel van mijn eerste natuurwezenervaringen heb gehad, al kon dat me op dit moment even weinig schelen. Waar zijn die natuurwezens als er onkruid moet worden gewied? Ik zie ze niet.
 
Ik trok verwoed vele pollen onkruid uit de tuin met de gedachte 'als dit klaar is kan ik er weer van genieten.' Er viel een steentje op mijn hand, kan gebeuren, ik gooi hem aan de kant en ga door met onkruiden trekken. Er valt weer een steentje op mijn hand en ik reageer hetzelfde. Het gebeurde weer en weer. Op een gegeven moment besefte ik mij dat wanneer er zo vaak een steentje op je hand valt dit geen toeval meer kan zijn en dan ook nog steeds hetzelfde steentje wat ik al zo vaak opzij had gegooid. Er moest iets anders aan de hand zijn en ik stopte met mijn werk om te kijken wat of wie die steentjes steeds op mij gooit. Ik zat op mijn knieën voor het perkje, wat nou ook wel wat van een slagveld had en keek in de ogen van een van de bewoners van dit mooie tuintje. Boze ogen welteverstaan. Een elf, een prachtig zachtaardig tuinelfje. Ik kende haar, ze was hier komen wonen nadat ik de tegels had verwijderd en met dit tuintje begonnen was. Ze genoot van de fijne energie hier, het was inmiddels een veilige plek voor haar geworden waar ze vrij kon zijn. Iets wat wij allebei zochten en vonden in de deze tuin, maar nu was ze boos op mij. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om zo met dit kleine stukje paradijs om te gaan!? Waarom moest ik nou gaan afbreken, wat we samen zo mooi hadden gemaakt? Zij tikte me op de vingers en ik zag al snel in dat ze natuurlijk helemaal gelijk had.
 
Ik besefte me ook weer hoe het was op deze plek voordat wij zijn gaan tuinieren. Er was geen kleur, geen vreugde, geen blijdschap. Alles was zwart, ook in de energie en wat er ook rondliep, het waren geen elfen. Ik wist het niet toen ik met de tuin begon, maar ontdekte gaandeweg de kracht van het werken vanuit je hart met de aarde. Je kan de meest vreselijke plekken op die manier genezen, heel maken, mooi maken en mijn vriendin de tuinelf stond me niet toe dit nu weer kapot te maken. Gelijk heeft ze! Ik bedankte haar voor het inzicht, stopte met mijn oh zo belangrijke klusjes en ging zitten. Zittend tussen de bloemen kwam weer dat gevoel dat ik gewend was in de tuin: Verwondering, dankbaarheid, vreugde. Genietend ging mijn aandacht langs alles wat er groeide, alles wat er rond kroop en zijn leven leidde in dit kleine stukje aarde wat ik mocht beheren en het tuinelfje genoot met mij mee. Zo is mijn paradijsje een paradijs geworden; door liefdevolle aandacht voor alles wat leeft en niet door overmatige controle en beheersing. Het was mijn hart, niet mijn hoofd die de tuin tot de mooie plek hebben gemaakt die het is. Laat je hart maar leiden en laat je hoofd dan maar plannen maken over de uitvoering daarvan, zo kan ook je hoofd meegenieten van het wonderlijke scheppingsproces of je nou tuiniert of heel wat anders doet...